Ten zuiden van het hoofdgebouw staat de bakstenen orangerie gebouwd in ca.1880 (middendeel), in 1947 herbouwd na oorlogsschade, en uitgebreid met twee gebogen vleugels in 1957 door architectenbureau De Wilde. Het middenstuk heeft een rechthoekige grondvorm met een voorgevel van zeven vensterassen met vensters. Bij de verbouwing in 1957 zijn de vensters van ijzeren binnenramen voorzien. De gevel kent een pilastergeleding daar de vensters door een smalle strook metselwerk van elkaar gescheiden worden; daarboven een verspringende daklijst en taps uitlopende kapitelen van metselwerk.